
Afgelopen dinsdag diende bij de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden twee strafzaken tegen mijn cliënt.
De man zit sinds juli vorig jaar in voorlopige hechtenis.
Hij wordt ervan verdacht dat hij in 2025 – binnen de GGZ-instelling waar hij toen verbleef – twee bedreigingen en een poging doodslag te hebben gepleegd.
De man heeft de strafbare feiten niet ontkend maar gaf wel steeds aan dat er een innerlijke drang/impuls opkwam dat hij iemand moest doodmaken. Hij kon daaraan geen weerstand bieden en rende dan schreeuwend zijn kamer uit.
Dat was op zich wel bekend bij de instelling, hij werd dan weer rustig gemaakt en was het weer over.
In de gevallen waarover het hier gaat ging het helaas wat verder. Hij pakte een mes uit een kantine of keukenla en liep daarmee dreigend op mensen af en maakte één geval ook stekende bewegingen. Hij werd snel overmeesterd zodat mogelijk erger is voorkomen.
De man is door een gedragskundige onderzocht met de conclusie dat de strafbare feiten slechts in sterk verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend.
De officier van justitie eiste 30 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
Ook werd een aantal bijzondere voorwaarden voorgesteld waaraan de man zou moeten voldoen, onder andere dat hij zich moeten laten behandelen in een klinische setting en moet laten begeleiden. De verdediging stelde voor de onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk te laten zijn aan het voorarrest zodat hij snel geplaatst kan worden in een Forensisch Psychiatrische Kliniek
De rechtbank doet op 22 september a.s. uitspraak.